Kweken van wintergroeiers

Inleiding
In het algemeen zijn wintergroeiers relatief moeilijker te kweken dan de bolgewassen die in de zomermaanden groeien en bloeien. Specifieke aandachtspunten bij het kweken van wintergroeiers zijn de hoge relatieve luchtvochtigheid in het late najaar, de kweektemperatuur en de rustcondities.


De geslachten en soorten overziend, blijken de wintergroeiers voornamelijk te groeien in een deel van Zuid-Afrika en NambiŽ. Om precies te zijn gaat het om het westelijk gedeelte van de Zuidafrikaanse provnicies Noord-Kaap en West-Kaap en om het zuidwestelijk gedeelte van NamibiŽ. Van sommige geslachten, zoals Lachenalia, Gethyllis, Haemanthus, Massonia en Veltheimia, zijn alle soorten wintergroeiend. Andere geslachten, bijvoorbeeld Albuca, Gladiolus, Cyrtanthus en Ornithogalum, omvatten zowel zomer- als wintergroeiers.

Luchtvochtigheid
Door de dalende temperatuur buiten stijgt de relatieve luchtvochtigheid. Dit uit zich in mist buiten en in kamer of kas door condens op de ramen. Door deze condens kunnen de planten die net uit rust komen te vochtig worden, waardoor ze kunnen gaan rotten. Het is noodzakelijk in deze periode veelvuldig de ruimte te luchten en gelijktijdig de verwarming aan te zetten ("droogstoken").

Kweektemperatuur
Wintergroeiers groeien in de natuur ook gedurende de wat koelere wintermaanden. In het algemeen kan als kweektemperatuur 12-17 oC worden aangehouden. Hogere temperaturen kunnen ertoe leiden dat de planten vervroegd in rust gaan. Aandacht verdient de, beheersing van de, temperatuur aan het begin en einde van het groeiseizoen (late najaar en vroege voorjaar). Bij wintergroeiers is het rustmechanisme in het algemeen sterker bepaald door de temperatuur dan bij zomergroeiers. Bij sommige planten geldt dit zo sterk dat een korte periode een hogere temperatuur, laten we zeggen anderhalve week een temperatuur hoger dan 20 oC, niet gecompenseerd kan worden door de plant vervolgens bij optimale omstandigheden te plaatsen.

Watergift
De juiste hoeveelheid water geven op het juiste moment luistert bij wintergroeiers redelijk nauw. Immers in de wintermaanden is de kans op nat en koud weer buiten groter dan in de zomermaanden. Planten reageren op nat en koud weer door een lagere waterverdamping en -opname. De kans op een langere periode van dit weer tussen oktober en maart is redelijk groot. Dus door op een niet juist moment gieten, kan de grond te lang vochtig blijven. Waardoor de kans op wortelrot en schimmelaantasting toeneemt. De verdere gevolgen kunt u er zelf wel bij denken. Het is dus van belang goed het weer en de weersvooruitzichten in de gaten te houden.

Rustperiode
In de zomermaanden is het verstandig de planten op een tegen direct zonlicht beschutte plaats te zetten, bijvoorbeeld onder het tablet in de kas. Door de combinatie van droog houden en direct zonlicht kan de plant, ondanks dat hij in rust is en een minimale verdamping kent, uitdrogen. De plant verdampt niet alleen weinig water, maar neemt ook weinig tot geen water op. Bij veel bolgewassen sterft een deel van de wortels af in de rustperiode, soms zelfs alle. Water geven zou dus ook eventuele of mogelijke uitdroging niet kunnen voorkomen. Wat ik wel doe is in zomers met gedurende langere tijd hoge temperaturen, zoals in 1995 en 1996, de planten een paar keer nevelen.